|
|
![]() Hendrik Johan Haverman (1857-1928)
Sommige kunstenaars komen onverwacht in de vergetelheid terecht. Dit overkwam de schilder H.J.Haverman (1857-1928).
De kunstcriticus Johan de Meester noemde hem in 1930 "…een markante, geheel eigen persoonlijkheid, een zuivere, belangwekkende figuur,
die een plaats vooraan inneemt in de Hollandsche schilderkunst van zijn tijd."
Haverman volgde zijn schildersopleiding als leerling van August Allebé aan de Rijksacademie te Amsterdam. Na zijn examen in 1878 stelde een koninklijke subsidie hem in staat gedurende een jaar lessen te volgen bij Karel Verlat aan de Antwerpse academie. In 1880 keerde hij terug naar Amsterdam waar hij, samen met Wally Moes en Jan Voerman, als der eersten de eer kreeg gebruik te maken van een loge aan de Rijksacademie, bestemd voor getalenteerde en gevorderde leerlingen.
Volgend op deze opleidingsjaren betrok Haverman een atelier op het adres Oosterpark 82 te Amsterdam, tegenwoordig bekend als het ‘Witsenhuis’, waar later, behalve Willem Witsen, o.m. de kunstenaars G.H. Breitner en Isaac Israels gewoond en gewerkt hebben.
Zijn werk viel goed in de smaak bij diverse grote verzamelaars w.o. H.W.Mesdag, die diverse werken van Haverman bezat, en Teding van Berkhout, wiens verzameling tegenwoordig deel uitmaakt van het Teylersmuseum.
In 1918 kreeg Haverman ter gelegenheid van zijn zestigse verjaardag een ‘eeretentoonstelling’ aangeboden in Pulchri Studio te Den Haag.
|